SebKijk
De Italiaanse tragikomediefilm La Vita va Così vertelt een moderne versie van het verhaal van David tegen Goliath vanuit het perspectief van een oude herder die weigert zijn huis en land te verkopen aan een Milanese zakenman met een vastgoedimperium. De Milanese zakenman Giacomo wil een luxueus resort bouwen bij het strand dat grenst aan het huis en land van deze oude herder. Giacomo zet alles in om de oude herder, genaamd Efisio Mulas, toch zijn land te laten verkopen aan hem. In deze ongelijke strijd houdt de oude herder Efisio zich, net zoals in het Bijbelverhaal van David en Goliath, groot tegenover een ''reus''. De familie van de oudere herder laat al generaties lang hun koeien grazen op de idyllische stranden die vlakbij hun huis liggen. Dit is Efisio niet bereid om op te geven. Wat het strand verder mooi maakt, is dat het strand van iedereen is en niet alleen van de (aller-)rijkste. Het luxueuze resort dat zakenman Giacomo wil bouwen bij dit strand, zou hier verandering in brengen. Ondanks dat het bouwen van een luxueus resort voor meer werkgelegenheid zou zorgen, zou het strand niet meer toegankelijk worden voor iedereen. Daarnaast zouden de werkloze inwoners van dit slaperige dorpje indirect en onverwachts vast komen te zitten in een uitvergrote versie van kapitalistische tijdsbesteding. Het grootste deel van hun actieve leven zou gaan voortbestaan uit productieve arbeid en het (direct) spenderen van hun inkomsten; zeker nu ze daar meer van hebben. Dit zou ten koste gaan van hun vrije tijd en vrijheid in het algemeen. Doordat de inwoners van dit Sardinische dorpje zo verhongerd zijn naar werk en een beter inkomen, zien ze dus de addertjes onder het gras niet. Achter de ''komedie'' van een oude herder die koppig blijft weigeren zijn land te verkopen, schuilt de tragedie van een klein dorp dat van binnenuit verscheurd raakt in de jacht op de werkgelegenheid die het mist. Ze laten alles achter wat hun dorp zijn hart en ziel geeft. Daarnaast beginnen ze Efisio en zijn familie de koude schouder toe te keren, in de hoop dat een rijke zakenman komt om zijn luxueuze resort te bouwen. Giacomo en zijn werknemers gebruiken baankansen dan ook als chantage om de Sardinische dorpelingen tegen Efisio en zijn familie op te zetten. De Milanese zakenman hoopt namelijk dat het verlangen naar werkgelegenheid en welvaart ervoor zal zorgen dat de Sardinische dorpelingen een schuldgevoel aanpraten bij Efisio, zodat de oude herder toch nog zijn land zal verkopen. De dorpelingen hopen dat een luxueus resort meer werkgelegenheid en welvaart brengt, maar in werkelijkheid wachten ze tot iemand anders hun problemen komt oplossen. Het complexe hieraan is dat degene die het probleem, van het gemis aan werkgelegenheid en welvaart komt oplossen, ook de voornaamste is die hiervan profiteert. De Sardinische dorpelingen verlangen zo naar werkgelegenheid en welvaart dat ze figuurlijk bereid zijn om een pact met een kapitalistische en materialistische duivel te sluiten. In ruil voor het verkopen van hun zielen zouden hun wensen van werkgelegenheid en welvaart uitkomen. Alleen ondertekenen ze hierbij niet alleen om de ziel van hun menselijkheid te verkopen, maar ook de zielen van hun dorp en het omringende land.
Deze blogpost is origineel van La Vita va Così (2025) – Filmrecensie en geschreven door Sebastiaan Khouw